Meralgia paraesthetica

Farmacotherapeutische richtlijn

Auteur: Y. Groeneveld

Achtergronden

Meralgia paraesthetica (meros = bovenbeen, algos = pijn) is een mononeuropathie van een volledige sensorische zenuw, de nervus cutaneus femoris lateralis (NCFL). (1) Deze zenuw verzorgt de huid van het anterolaterale bovenbeen. Meralgia paraesthetica is een vrij zeldzame aandoening. Bij 4% van 224 ouderen met heupklachten in de huisartspraktijk kon de diagnose meralgia paresthetica woirden gesteld. (2)
In de huisartsgeneeskundige registratiesystemen valt meralgia paresthetica onder de groepscode ‘Andere ziekten zenuwstelsel nao’; de incidentie voor deze code is 10,9 per 1000 patiënten per jaar. (3,4) In het RNUH LEO (30.000 patiënten) werd de diagnose in een periode van één jaar 12 maal gesteld. (3)
De aandoening kenmerkt zich door onaangename gevoelens in het verzorgingsgebied van de zenuw, het anterolaterale bovenbeen. (5) Het betreft een doof gevoel, een branderige pijn of een constante doffe pijn. Meralgia paraesthetica ontstaat meestal op middelbare leeftijd, maar is ook bij kinderen beschreven. (5)
Meralgia paraesthetica wordt veroorzaakt door een entrapment neuropathie van de NCFL. Vele mogelijke oorzaken worden beschreven. (6) Lokale druk, zoals strakke kleding, en langdurige mechanische druk kunnen de klachten veroorzaken. Hetzelfde geldt voor obesitas en zwangerschap. Diabetische neuropathie en andere stofwisselingsziekten spelen soms een rol. Iatrogene gevallen zijn beschreven door verlittekening na operaties in het gebied. Een enkele keer ontstaat meralgia paraesthetica tengevolge van ruimte-innemende processen in het bekken.
Vaak geneest meralgia paraesthetica spontaan, zeker als de uitlokkende factor kan worden weggenomen.

Niet-medicamenteuze therapie

Opheffen van de lokale druk als gevolg van strakke kleding en vermageren bij overgewicht kunnen zo nodig worden geadviseerd. IJsapplicaties worden gebruikt; onderzoek hiernaar ontbreekt. In een retrospectief onderzoek bij 277 patiënten bleek dat 253 patiënten baat hadden bij conservatieve therapie. (7)
Operatieve opties zijn: decompressie, neurolyse en het doorsnijden van de zenuw. (5,6) Decompressie, waarbij de zenuw wordt vrijgemaakt van de beknellende omgeving, heeft doorgaans op de korte termijn een goed resultaat maar vaak treedt een recidief op. De effectiviteit van de operaties is niet met gerandomiseerd onderzoek onderbouwd; wel zijn er een aantal patiëntenseries gepubliceerd waarbij maximaal 32 operaties werden beschreven. Doorsnijden blijkt effectiever te zijn dan neurolyse. (8) Het risico bij het doorsnijden van de NCFL is het optreden van deafferentie neuropathie, een soort fantoompijn. Deze complicatie lijkt echter zelden op te treden.

Indicaties voor farmacotherapie

Farmacotherapeutische mogelijkheden

Zowel NSAID’s, carbamazepine, capsicumcreme, injecties met lokaalanaesthetica met of zonder corticosteroiden worden geadviseerd, maar er is geen gecontroleerd onderzoek gepubliceerd naar het effect van deze behandelingen bij meralgia paraesthetica.

Beleid

Meralgia paraesthetica is een entrapment neuropathie die meestal een mechanische oorzaak heeft. Opheffen van de oorzaak (bv knellende kleding) en conservatieve therapie (bv vermagering) doen de klachten verdwijnen bij de meerderheid van de patiënten. Zonodig kunnen analgetica voorgeschreven worden als pijnstilling. Voor geen van de farmacotherapeutische mogelijkheden bestaat wetenschappelijke onderbouwing. Indien operatieve therapie nodig is heeft doorsnijding van de nervus cutaneus femoris lateralis de voorkeur boven decompressie, zeker bij langer dan een jaar bestaande klachten.

Literatuur

  1. Eekhof JAH, Knuistingh Neven A, Verheij ThJM. Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg 2001. terug naar tekst
  2. Bierma-Zeinstra SMA. Hip pain in general practice. Exploration and classification. Dissertatie Erasmus Universiteit Rotterdam 1999. terug naar tekst
  3. Ong RSG, De Waal MWM. RHUH-LEO basisrapport IX: databestand 2000/2001. Leiden: LUMC Afdeling Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisgeneeskunde, 2002. terug naar tekst
  4. Okkes IM, Oskam SK, Lamberts H. Van klacht naar diagnose. Episodegegevens uit de huisartspraktijk. Bussum: Coutinho, 1998. terug naar tekst
  5. Grossman MG, Ducey SA, Nadler SS, Levy AS. Meralgia paresthetica: diagnosis and treatment. J Am Acad Orthop Surg 2002; 9(5): 336-44. terug naar tekst
  6. Edelson R, Stevens P. Meralgia paresthetica in children. J Bone Joint Surg Am 1994;76:993-9. terug naar tekst
  7. Williams PH. Trzil KP. Management of meralgia paresthetica. J Neurosurg 1991;74:76-80. terug naar tekst
  8. Van Eerten PV, Polder TV, Broere CAJ. Operative treatment of meralgia paresthetica: Transection versus neurolysis 1995. The Cochrane Controlled Trials Register (CCTR/CENTRAL). In: The Cochrane Library, Issue 2, 2003. Oxford: Update Software. terug naar tekst

© Nederlands Huisartsen Genootschap 2004