De NHG-Richtlijnen website is ook als webapp beschikbaar.

Lees verder
NHG-Behandelrichtlijn

Pruritus ani

Auteur(s):
M.M. Verduijn, H. Folmer, L.W. Draijer
  • Voedingsmiddelen zijn bijna nooit de oorzaak van pruritus ani
  • Er is geen onderbouwing gevonden dat psychische oorzaken een rol zouden spelen bij pruritus ani
  • Het 's nachts dragen van katoenen handschoenen om de vicieze cirkel van jeuk en krabben te doorbreken, wordt niet meer geadviseerd.

Pruritus ani of perianale jeuk is een symptoomdiagnose waarmee jeuk rond de anus aangeduid wordt. De jeuk kan zich uitbreiden tot het hele perianale gebied. Door krabben kan er een traumatische dermatitis ontstaan met toename van irritatie en jeuk. Het is belangrijk om aandoeningen op te sporen die met pruritus ani gepaard kunnen gaan, zoals fissura ani, hemorroïden, dermatomycose of een worminfectie. Bij een kwart van de patiënten wordt echter geen duidelijke oorzaak gevonden. Pruritus ani kan recidiveren en multifactorieel bepaald en lastig te behandelen zijn.

Voor de diagnostiek en behandeling van fissura ani, hemorroïden en proctitis wordt verwezen naar de  NHG-Standaard Rectaal bloedverlies.

Epidemiologie

  • De incidentie van pruritus ani (ICPC-code D05) in de huisartsenpraktijk bedraagt 1 per 1000 patiënten per jaar, waarvan 60% mannen en 40% vrouwen.
  • De incidentie is het hoogst tussen de 45 en 64 jaar.
  • De prevalentie bedraagt 2,6 per 1000 patiënten per jaar.
  • De cijfers in de algemene populatie zullen hoger liggen omdat niet iedereen met deze klacht een huisarts zal bezoeken (zie Details).

Etiologie, pathogenese en natuurlijk beloop

Bij ongeveer een kwart van de patiënten is pruritus ani idiopathisch. Door jeuk (en krabben) ontstaat (chronische) irritatie, beschadiging en ontsteking van de huid rond de anus. Een vochtige huid kan door maceratie de irritatie en infectie bevorderen. Het gevaar van maceratie van de huid kan versterkt worden door occlusie van de anale huid, zoals bij gebruik van vaseline.

Bij kinderen zijn oxyuren (Enterobius vermicularis) de meest voorkomende oorzaak; de jeuk komt dan vooral ’s nachts en bij defecatie voor (zie  NHG-Behandelrichtlijn Worminfecties). Ook bij volwassenen komen oxyuren voor. Bij kinderen (tussen 6 maanden en 10 jaar) kan de jeuk ook veroorzaakt worden door perianale streptokokkendermatitis (impetigo).

Bij volwassenen is een dermatomycose (veelal een candida-infectie), al dan niet uitgelokt door fecale verontreiniging, een regelmatig voorkomende oorzaak. Voorts kunnen hemorroïden, fissura ani, fistels en locale irritatie door feces (bijvoorbeeld door diarree of door ‘fecal soiling’ zoals bij incontinentie bij ouderen, kinderen of bij volwassenen met een verstandelijke beperking), door zeep, (vochtig) toiletpapier, fluor en urine-incontinentie een rol spelen. Ook wordt ontoereikende of juist overmatige anale hygiëne wel beschreven als etiologische factor. Tevens kan er sprake zijn van een combinatie van factoren die zorgen voor (het in stand houden van) de jeuk.

Minder frequent voorkomende oorzaken zijn atopische en seborroïsche dermatitis, psoriasis en (contact)eczeem. Zelden voorkomende oorzaken waarbij pruritus ani als primaire klacht gepresenteerd wordt, zijn proctitis, inflammatoire darmziekten, (seksueel overdraagbare) infecties, erythrasma, lichen sclerosus, diabetes mellitus, ziekte van Paget (een zeldzame vorm van huidkanker die er uitziet als een rode, ontstoken, vocht afscheidende huidvlek) en tumoren. Warmte, transpiratie en lang zitten kunnen (vooral bij adipositas) de klachten verergeren (zie Details).

Voedingsmiddelen zijn vrijwel nooit de oorzaak van pruritus ani. Lokaal gebruik van corticosteroïden rond de anus kan sneller dan bij toepassing elders op de huid zorgen voor atrofie en maceratie, en daardoor pruritus ani veroorzaken of verergeren. Rond de anus kan door warmte en transpiratie een soort occlusie-effect optreden. Bij het Nederlands Bijwerkingencentrum Lareb is pruritus ani vooral gemeld als vermoede bijwerking na gebruik van corticosteroïden en antibiotica (zie Details).

Pruritus ani recidiveert regelmatig. Er zijn patiënten die jarenlang klachten houden.

Anamnese

De huisarts vraagt naar:

  • duur en ernst van de jeuk;
  • soort toiletpapier en andere toiletartikelen (geparfumeerd? conserveermiddel?);
  • (veranderd) defecatiepatroon, fecale incontinentie;
  • pijnklachten (fissura ani), bloedverlies (hemorroïden, fissura ani, proctitis);
  • vaginale klachten, huidaandoeningen, comorbiditeit (zoals diabetes mellitus, inflammatoire darmziekten, hiv-gerelateerde infecties, soa’s);
  • geneesmiddelgebruik en zelfmedicatie (in het bijzonder gebruik van middelen in het perianale gebied);
  • neem op indicatie (bij een verhoogd soa-risico of anale seksuele contacten) een seksuologische anamnese af (zie  NHG-Standaard Het soa-consult).

Lichamelijk onderzoek

Inspecteer de hele perianale regio met goede belichting (kinderen in rug- of zijligging met opgetrokken knieën, volwassenen in zijligging met opgetrokken knieën, patiënt kan zelf helpen bij het spreiden van de billen). De huisarts let hierbij op de kleur en soort huidafwijkingen en op de aanwezigheid van vocht, slijm, bloed, pus en feces. Let verder op de eventuele aanwezigheid van oxyuren, hemorroïden, anale fissuren en fistels.

Aanvullend onderzoek

Aanvullend onderzoek is in het algemeen niet noodzakelijk. Overweeg bij twijfel of vermoeden van andere oorzaken een rectaal toucher (zie  NHG-Standaard Rectaal bloedverlies).

Evaluatie/differentiaaldiagnose

Stel de diagnose op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek. Differentiaaldiagnostisch komen onder andere in aanmerking (zie Details):

  • dermatomycosen (zie  NHG-Standaard Dermatomycosen): beoordeel de efflorescenties;
  • worminfectie: vraag de feces en het perineum te inspecteren op maden. Overweeg de plakbandproef (zie  NHG-Behandelrichtlijn Worminfecties);
  • hemorroïden: de meest gepresenteerde klacht is helderrood bloedverlies op de ontlasting, aan toiletpapier of in de toiletpot na de ontlasting;
  • anale fissuren (vooral pijnklachten) of proctitis (vaak veranderd defecatiepatroon);
  • (contact)eczeem (zie  NHG-Standaard Eczeem).

Bij uitzondering komen in aanmerking:

Zoek bij klachten van pruritus ani eerst door middel van anamnese en lichamelijk onderzoek naar een onderliggende oorzaak, en behandel deze.

In de literatuur beschreven behandelopties

Vaselinecetomacrogolcrème brengt een zekere fysische barrière aan, zonder gevaar van maceratie van de huid door een afsluitende laag zoals bij gebruik van pure vaseline. De effectiviteit van kortdurend lokaal gebruik van corticosteroïden bij pruritus ani is matig onderbouwd maar wordt op basis van de farmacologische eigenschappen toch geadviseerd.

Waarschijnlijk gunstig effect en klein risico op bijwerkingen:

  • toilethygiëne (reinigen met water en daarna droogdeppen), vermijden van strak zittende kleding en van krabben (zie Details);
  • ‘indifferente’ preparaten (vaselinecetomacrogolcrème, zinksulfaat) (zie Details);
  • locale corticosteroïden (zie Details).

Effectiviteit onduidelijk en risico op bijwerkingen:

  • capsaïcine (zie Details).

Preventie, voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen

Overweeg de volgende adviezen:

  • Zorg voor een adequate toilethygiëne met een droge perianale omgeving.
  • Bij lokale roodheid alleen water en geen zeep gebruiken.
  • Ontraad gebruik van vochtige doekjes, geparfumeerd toiletpapier en perianale zelfmedicatie vanwege de kans op een contactallergische reactie.
  • Probeer krabben te vermijden.

Medicamenteuze therapie

Behandel zo mogelijk de gevonden oorzaak van de jeuk. 

Bij het ontbreken van een behandelbare oorzaak:

  • Overweeg op proef (als ‘stap 0’) het gebruik van vaselinecetomacrogolcrème of zinksulfaatvaselinecrème 0,5% FNA 1-2 dd (en na de ontlasting) om de conditie van de plaatselijke huid op peil te houden.
  • Geef bij aanhoudende jeuk als ‘stap 1’ hydrocortisonvaselinecrème 1% FNA (2-3 dd dun aanbrengen) totdat de klachten over zijn en maximaal gedurende twee weken. 
  • Overweeg alleen bij aanhoudende jeuk en onvoldoende effect van hydrocortisonvaselinecrème kortdurend gebruik van triamcinolonacetonidecrème 0,1% FNA (2 dd dun, maximaal twee weken). 
    • Omdat corticosteroïden in dit huidgedeelte versterkt penetreren (occlusie-effect) en zelf ook weer sensibilisatie van de anale huid kunnen geven, wordt terughoudend gebruik van corticosteroïden geadviseerd.
    • De behandeling met corticosteroïdcrème kan desgewenst gecombineerd of afgewisseld worden met het gebruik van vaselinecetomacrogolcrème of zinksulfaatvaselinecrème (1-2 dd). De basis van deze crèmes is een vetcrème die de huid niet afsluit en gemakkelijk te verwijderen is, en daardoor geschikt is voor perianaal gebruik.