Auteur: J.P. Cleveringa

 

Achtergronden

Met een droge huid, ook wel xerosis genoemd, wordt een huid bedoeld die relatief te weinig vocht bevat. Bij een droge huid zien we een lichte schilfering al dan niet gepaard gaand met een beperkt erytheem. De huid voelt bij aanraking ruw en droog aan en kan aanleiding geven tot jeuk, krabneigingen en soms huidkloofjes.
Door keratinisatie van epidermiscellen ontstaat de hoornlaag, die de huid zacht laat aanvoelen, bescherming biedt tegen overmatig vochtverlies (door verdamping) en protectie biedt tegen uitwendige beschadiging.
Hydratie van de stratum corneum vindt plaats door vochtuittreding vanuit de subepidermale vaten.
Talgklieren scheiden sebum af, een mengsel van verschillende vettige stoffen. Het sebum smeert zich uit over de huid, vormt een beschermend laagje op de stratum corneum en beperkt hiermee verdere uitdroging van de huid. Xerosis kan ontstaan door verstoring van de fysiologische hoornvorming, chemische verandering van de intercellulaire substantie en/of vermindering en veranderde kwaliteit van de sebumproductie. Met name op oudere leeftijd neemt de talgproductie af. Uitdroging van de huid wordt versterkt door het wegwassen van lipiden en talg door overmatig zeepgebruik, langdurig baden of douchen en gebruik van heet water. 1 De relatieve vochtigheidsgraad van de omgeving is ook van belang; tijdens de winter, bij schraal weer en in huizen met centrale verwarming ontstaat een droge omgeving, waarbij de huid door verdamping meer vocht verliest en eerder neigt tot uitdroging.
Bepaalde huidaandoeningen, zoals constitutioneel eczeem, ichthyosis en psoriasis, gaan gepaard met een droge schilferende huid.
Droge huid valt in huisartsgeneeskundige registraties onder de verzamelcode ‘Symptomen en klachten aspect huid’ (ICPC S21) de incidentie en prevalentie van deze verzamelcode zijn respectievelijk 2 tot 5 en 2 tot 6 per 1000 patiënten per jaar. 2,3 Xerosis wordt meer gezien op jonge leeftijd (onder de 14 jaar) en bij ouderen en relatief meer in het winterseizoen.

 

Niet-medicamenteuze therapie

Frequent en langdurig douchen en baden dient vermeden te worden, evenals het gebruik van heet water en krachtig afdrogen. Zeepgebruik dient beperkt te worden. Bij onvoldoende effect kan het aantal keren douchen/ baden per week worden beperkt. 4 Door na douchen, baden of zwemmen de huid goed in te vetten met een vettige bodylotion kan uitdroging worden voorkómen.
Een goede luchtvochtigheidsgraad in huis of in de werkomgeving kan uitdroging van de huid verminderen.

 

Indicaties voor farmacotherapie

 

Farmacotherapeutische mogelijkheden

 

INDIFFERENTE HYDROFIELE CRÈMES EN ZALVEN
Werking Bij een droge huid worden indifferente crèmes en zalven gebruikt die uitdroging tegengaan. Door afdekking verliest de huid minder water door verdamping en raakt hierdoor weer gehydrateerd. Hiervoor kan men water-in-olie-crèmes of (als de huid erg droog is) zalven gebruiken. Preparaten die een hydraterende werking hebben zijn vaselinecetomacrogolcrème FNA en vaselinelanettecrème FNA . Dit zijn crèmes waaraan extra vaseline is toegevoegd om de crème vetter te maken, waarbij de vetbestanddelen met behulp van emulgatoren zijn opgelost in water. 5
Zalven die een hydraterende werking hebben zijn unguentum leniens (koelzalf) en unguentum aquosum (waterhoudende zalf FNA); een sterk-hydraterende werking hebben cetomacrogolzalf, lanettezalf en vaseline. Vetcrèmes werken zowel hydraterend als occlusief op de huid en zijn daarom eerste keuze middelen bij xerosis. Deze vetcrèmes zijn cosmetisch erg aantrekkelijk omdat ze gemakkelijk zijn aan te brengen, een nauwelijks zichtbare laag achterlaten en met water afwasbaar zijn. 5
Werkzaamheid De keuze voor een middel wordt gemaakt op basis van ervaring. Wij hebben geen onderzoeken gevonden waarbij indifferente crèmes en zalven voor de indicatie droge huid met elkaar werden vergeleken.
Bijwerkingen Vele crèmes bevatten propyleenglycol als conserveermiddel, hetgeen bij sommige patiënten een branderige irritatie kan geven.Vervang in dat geval propyleenglycol door sorbinezuur.

 

UREUM IN (VET)CRÈME OF ZALF
Werking Ureum heeft keratolytische en hygroscopische eigenschappen, dringt diep door in de huid en vermindert de droogheid van de huid doordat het water aan zich bindt. 6 Ureum 5-10% kan worden toegevoegd aan vaselinelanettecrème FNA, unguentum leniens en lanettecrème FNA . Er zijn ook specialités met 4% en 10% ureum in een basis is verwerkt.
Werkzaamheid Er zijn diverse onderzoeken waarin is aangetoond dat een crème of zalf met toegevoegd ureum effectiever was dan de basis alleen. 7,8,9,10 Bijwerkingen Bij applicatie geeft het soms een kortdurend branderig en schrijnend gevoel. Niet toepassen rondom de ogen, op open wonden en niet gebruiken bij acute dermatosen

 

OVERIGE MIDDELEN
Ter behandeling van de droge huid kan ook gebruik worden gemaakt van badoliën. Preparaten die aan het badwater kunnen worden toegevoegd zijn badolie, soya oleum emulgatum en Balneum Hermal. De gedachte is dat bij het uit bad gaan een laagje olie op de huid achterblijft. In het bad bij volwassenen wordt 30 ml en bij een kinderbadje wordt ca 5 ml aan het badwater toegevoegd.
Beleid
De behandeling is gericht op een vermindering van vochtverlies uit de huid. Belangrijk zijn preventie en goede voorlichting: beperking van zeepgebruik, niet te lang en te vaak douchen of baden, bij voorkeur douchen of baden met niet te warm water, het gebruiken van een bodylotion na het douchen, baden of zwemmen. Ter voorkóming van droge handen worden de handen na handenwassen ingesmeerd met een vettige handcrème of zalf.
De behandeling van xerosis bestaat uit het aanbrengen van een indifferente vetcrème na het douchen of baden. Het succes van de behandeling hangt nauw samen met de frequentie waarmee wordt ingesmeerd; dagelijks één tot drie keer afhankelijk van de mate van droogheid van de huid. Bij onvoldoende effect van een vetcrème of bij een zeer droge huid kan gekozen worden voor een indifferente zalf.
Bij hardnekkige xerosis en onvoldoende verbetering met een indifferente vetcrème of zalf geeft toevoeging van 4-10% ureum aan de vetcrème of zalf een extra farmacotherapeutisch effect.


Literatuur

  1. Cleveringa JP, Embden Andres JH, Meijer JS, Nonneman MM, Den Otter JJ, Straus CPL, Bunge M, Burgers JS. NHG-Standaard Constitutioneel eczeem. Huisarts Wet 1994; 37: 33-6.    terug naar tekst
  2. Okkes IM, Oskam SK, Lamberts H. Van klacht naar diagnose. Episodegegevens uit de huisartspraktijk. Boek met CD-ROM. Bussum; Uitgeverij Coutinho B.V., 1998.    terug naar tekst
  3. Ong RSG, De Waal MWM. RHUH-LEO basisrapport X: databestand 2000/2001. Leiden: LUMC Afdeling Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisgeneeskunde, 2002.    terug naar tekst
  4. Pierard-Franchimont C, Pierard GE. Between factoids and facts, between dry skin and rough skin. Rev Med Liege 2000; 55: 945-9.    terug naar tekst
  5. Van Loenen AC (red). Farmacotherapeutisch Kompas 2003. Amstelveen: Commissie Farmaceutische Hulp van het College voor Zorgverzekeraars, 2003.     terug naar tekst
  6. Geneesmiddelinformatiecentrum van het Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAp). Informatorium Medicamentorum 2003. ‘sGravenhage: Koninklijke Nederlandse maatschappij ter bevordering der pharmacie, 2003.     terug naar tekst
  7. Loden M, Andersson AC, Andersson C, Frodin T, Oman H, Lindberg M. Instrumental and dermatologist evaluation of the effect of glycerine and urea ondry skin in atopic dermatitis. Skin Res Technol. 2001; 7(4): 209-13.    terug naar tekst
  8. Loden M, Andersson AC, Anderson C, Bergbrant IM, Frodin T, Ohman H, Sandstrom MH, Sarnhult T, Voog E, Stenberg B, Pawlik E, Preisler-Haggqvist A, Svensson A, Lindberg M. A double-blind study comparing the effect of glycerin and urea on dry, eczematous skin in atopic patients. Acta Derm Venereol 2002; 82: 45-7.     terug naar tekst
  9. Jorgen Serup. A double-blind comparison of two creams containing urea as the active ingredient. Acta Derm Veneorol 1992; 77: 34-38    terug naar tekst
  10. Tabata N, O’Goshi KO et al. Biophysical assessment of persistent effects of moisturizers after their daily application: evaluation of corneotherapy. Dermatology 2000; 200: 308-13.     terug naar tekst